Aart Kramers: “Kennis delen en echt samenwerken, dat vind ik leuk aan werken met de industrie”

“Uit verschillende materialen iets moois maken, dat doet wat de klant wil dat het doet”, dat was de motivatie van Aart Kramers om techniek te studeren en in de industrie te gaan werken. Kramers is directeur Productie bij Harsveld Apparatenbouw, dat grote apparaten bouwt voor de industrie.

“Ik ben technisch ingesteld en sleutelde als jonge jongen aan apparaten om te zien hoe dingen werken. Ook was ik altijd erg onder de indruk van mooie constructies en hekwerken, waarbij laswerk een belangrijke rol speelt. Het sprak dus voor zich dat ik een technische opleiding ging doen; op die manier kon ik leren en met techniek werken. Toen ik 18 jaar oud was, begon ik bij Harsveld Apparatenbouw, waar ik nu al 38 jaar werk. Dit bedrijf is in 1945 opgezet door Piet Harsveld die een smederij had overgenomen. Harsveld had als hobby het lassen, en zag al vroeg in dat het noodzakelijk was om kennis te krijgen van het hoogwaardig lassen van het toen nieuwe materiaal roestvrijstaal. Het bedrijf legde zich daarom toe op het lassen en verwerken van moeilijke materialen.

Alles wat de industrie nodig heeft aan apparaten maken wij. Denk hierbij aan grote installaties, tanks, branders, materialen om mee te koelen of juist te verwarmen. Als je bijvoorbeeld staal wilt maken, zoals Tata Steel doet, heb je apparaten nodig. Die leveren wij dan. Als directeur Productie ben ik verantwoordelijk voor de gehele productie, voor onze apparatenbouwers, de planning van de apparaten en de veiligheid. Samen met mijn compagnon ben ik eigenaar van het bedrijf. Wanneer een onderneming een apparaat nodig heeft, komt deze met ideeën en tekeningen en wij kijken of en hoe we dit kunnen bouwen. Dan kopen we de materialen, zoals buizen en platen, en vormen deze om tot de gewenste vorm door middel van hoogwaardig laswerk. Geen dag is bij ons hetzelfde want we bouwen onze apparaten specifiek voor onze klanten. Het is hierdoor elke keer een leuke uitdaging om iets moois te maken dat werkt.

 Wat ik zo leuk vind aan het samenwerken met de industrie, is dat je kennis kunt delen en dat je echt samenwerkt als een team, juist ook met de klant. Samen kijken we wat mogelijk is om zo te komen tot het eindproduct dat zij voor ogen hebben. Ik vind het fantastisch om bij deze producten betrokken te zijn en hier een sturende en leidende rol in te spelen, waarbij ik uiteindelijk verantwoordelijk ben voor het product dat de deur uitgaat. Alles wat we maken voor de industrie moet van goede kwaliteit zijn en ik zorg dat we die garantie kunnen leveren. Het is een sector die zich blijft ontwikkelen, dus je bent nooit uitgeleerd en dat is erg leuk.

In Nederland hebben we een belangrijke maakindustrie, waarbij grote en kleine bedrijven hoogwaardige eindproducten maken. Producten die worden gebruikt door onze klanten in de staalsector, petrochemie en energieleveranciers. De maakindustrie heeft niet altijd een goed imago. Vroeger was dit een vieze industrie, met stoffige en lawaaierige werkplaatsen. Dat is nu allang niet meer zo. Het is er nu schoon, netjes en mensen werken er met veel plezier. De industrie is constant bezig om op een schonere, betere en efficiëntere manier producten te maken. Het omlaag brengen van het energieverbruik en zorgen voor minder uitstoot voor eenzelfde of beter product is een belangrijke drijfveer voor de ontwikkeling van de sector. Er wordt altijd voor gezorgd dat materialen op een goede manier gebruikt worden, er worden geen dingen of onderdelen weggegooid en waar mogelijk wordt gerecycled.

Omdat de industrie zoveel bezig is met het energiethema, zijn deze bedrijven heel belangrijk voor het behalen van de klimaatdoelen. Hier ligt hier een goede basis en zij kunnen een aanjager zijn voor verdere ontwikkeling. We moeten er daarom voor zorgen dat de industrie hier blijft om de techniek en ontwikkeling hier te houden. Als de industrie vertrekt, raken we naast werkgelegenheid ook een kennisbron voor vele innovaties kwijt.”

Share