Erik Van Beek, raffinaderij Esso Rotterdam, ExxonMobil

Nieuwe fabriek ExxonMobil levert schonere producten en forse energiebesparing

Op maandag 27 mei 2019 is op een feestelijke manier de ingebruikname van de nieuwe hydrocracker-fabriek van ExxonMobil in Rotterdam gevierd. “Met deze fabriek komen wij tegemoet aan de wensen van de samenleving en maken we een energie-efficiencyslag van 5%”, vertelt Erik van Beek, raffinaderijdirecteur bij ExxonMobil.

Wat voor soort fabriek is de nieuwe hydrocracker-fabriek?

“Het is een unieke fabriek met een nieuwe techniek, de eerste in zijn soort. De fabriek produceert twee producten: de nieuwe generatie smeeroliën en ultra-laagzwavelige diesel. Dit gebeurt door zwaardere producten te ‘kraken’ en vervolgens om te zetten in lichtere en schonere eindproducten door toevoeging van waterstof. Met betere smeerolie kunnen auto’s en vrachtauto’s, maar ook windmolens, efficiënter werken. Daarnaast zorgt deze techniek ervoor dat de hele raffinaderij 5% energie-efficiënter wordt, waarmee we bijdragen aan de energietransitie. Deze raffinaderij hoort bij de aller-efficiëntste in Europa.”

Waarom hebben jullie de fabriek ontwikkeld?

“Binnen een raffinaderij bestaat een constante stroom van investeringen. De afgelopen twintig jaar hebben we miljarden geïnvesteerd. We willen blijven investeren in de toekomst en vinden het erg belangrijk om ons constant aan te passen aan de behoefte van de samenleving. Deze fabriek sluit goed aan bij wat de maatschappij momenteel wil, evenals in het plaatje van de energietransitie door de forse energiebesparing. Wanneer je een nieuwe fabriek bouwt, heb je de mogelijkheid om allemaal energiebesparende maatregelen door te voeren en dat hebben we natuurlijk gedaan. Met deze techniek hebben we minder energie nodig om een liter diesel of smeerolie te produceren, de hoeveelheid CO2-emissies per product gaat omlaag, terwijl onze kwaliteit omhoog is gegaan. We zijn dan ook trots dat de fabriek in werking is genomen en krijgen erg positieve reacties van onze klanten.”

Welke rol speelt de locatie van Rotterdam?

“Rotterdam is voor ons een hele aantrekkelijke plek om te opereren vanwege de logistieke positie. Het is ook een locatie waar je nu en in de toekomst veel samenwerkingsverbanden zult zien. Wij werken ook met verschillende partners samen, zoals binnen het ‘Porthos’-project van Havenbedrijf Rotterdam. Dit project is opgezet om gezamenlijk CO2 af te vangen en op te slaan, ofwel CCS. Deze samenwerking is mogelijk door de unieke Rotterdamse situatie, waar veel bedrijven dicht op elkaar zitten. Met z’n allen willen we hiermee een stap voorwaarts maken in de energietransitie. Daarnaast werken we samen om allerlei vormen van restwarmte, van de raffinaderijen en chemische bedrijven, om te zetten in stadsverwarming. Ook dit soort samenwerkingsverbanden zijn makkelijker op te zetten door de locatie van de Rotterdamse haven. Maar dat betekent wel dat iedereen de schouders eronder moet zetten – bedrijfsleven en overheid.”

Hoe ziet u de toekomst?

“Ik denk dat de samenwerkingsverbanden in Rotterdam kunnen en mogen worden uitgebreid. De unieke positie waarin we ons bevinden moet volledig benut worden. Er zit zoveel potentieel in. Wij doen grote investeringen in Rotterdam, zoals deze fabriek, omdat we vertrouwen hebben in de toekomst. We willen ook verder bouwen aan deze toekomst. Wat we daarvoor nodig hebben, is een positief en voorspelbaar investeringsklimaat. Dit heeft Nederland en daarmee ook Rotterdam zo succesvol gemaakt in het verleden. Binnen ExxonMobil werken we voortdurend aan innovatie. Schonere brandstoffen zijn beter voor het milieu en voor de efficiency. Bovendien zijn we bezig met technologie die er in de toekomst voor moet zorgen dat CO2-emissies naar beneden gaan , zoals biobrandstoffen uit algen en baanbrekende CO2-afvang technieken. Daarnaast is de Rotterdamse industrie vanuit macro-economisch perspectief goed voor de samenleving: het levert enorm veel banen en welvaart op, en het zorgt voor economische activiteit in andere sectoren. Niet alleen voor onze eigen mensen die in de fabriek werken, maar juist ook voor de aannemers die onze fabriek hebben gemaakt en de winkels en dienstverleners waar het verdiende geld weer wordt uitgegeven. Dat hele ecosysteem in Rotterdam, ontstaan door de concentratie van activiteiten, moeten we koesteren en verder uitbouwen.”

Share