Havenbedrijf Rotterdam: ‘CO2-opslag noodzakelijk om klimaatdoelstellingen te behalen’

De havens van Rotterdam, Antwerpen en North Sea Port gaan samenwerken om CO2 af te vangen en op te slaan in lege gasvelden in de Noordzee, met als doel klimaatverandering tegen te gaan. “Als we binnen de 1,5 tot 2 gradengrens willen blijven, is deze methode noodzakelijk”, aldus Sjaak Poppe, woordvoerder bij Havenbedrijf Rotterdam.

De klimaatdoelstellingen in Nederland zijn duidelijk: in 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen met 49 procent zijn verminderd ten opzichte van 1990 en in 2050 moet dit 95 procent zijn. De Rotterdamse industrie, goed voor 17 procent van de gehele uitstoot, zal hierin een groot aandeel moeten hebben.

Opslaan van CO2

Omdat het voor veel bedrijven niet mogelijk is om op korte termijn over te stappen op productieprocessen die CO2-neutraal zijn, heeft Havenbedrijf Rotterdam samen met Gasunie en EBN het project Porthos opgezet. Dit heeft als doel om algemeen toegankelijke transport- en opslaginfrastructuur te realiseren om CO2 van raffinaderijen en chemiefabrieken in de haven af te vangen en op te slaan. “De noodzaak bestaat om klimaatverandering tegen te gaan. CCS (Carbon Capture and Storage) is qua kosten en impact op korte termijn een hele goede methode”, licht Poppe toe.

Poppe vertelt verder dat de opslag van CO2 noodzakelijk zal zijn om de internationale milieuafspraken te behalen. “Ongetwijfeld kan het ook op een andere manier, maar of dat maatschappelijk haalbaar is, dat is de vraag. Dat zou namelijk vragen om een radicaal andere manier van leven en consumeren. Veel producten die we nu gebruiken en die onze welvaart schragen, kunnen we dan niet meer gebruiken.” Hij legt uit dat voordat veel schone technieken volledig kunnen worden ingezet, er eerst een fase van opschaling nodig is. Een periode die vaak een paar decennia duurt, waarin de technieken beproefd, goedkoper en efficiënter worden gemaakt. “Om op korte termijn iets te kunnen doen aan de klimaatverandering, waarbij onze samenleving niet ontwricht wordt, is de opslag van CO2 noodzakelijk”, aldus Poppe.

Krachten bundelen

Om samen op grote schaal impact te kunnen maken en omdat ze met dezelfde uitdagingen kampen, hebben de havens Antwerpen en North Sea Port (Gent-Terneuzen-Vlissingen) besloten zich aan te sluiten bij Rotterdam. Onder de noemer CO2TransPorts willen de drie havens op grote schaal CO2 opvangen, vervoeren en opslaan. Om het project mogelijk te maken, hebben de havens de EU gevraagd het project te erkennen als Project of Common Interest (PCI). Wanneer dit gebeurt, komt het project in aanmerking voor EU-subsidies. Poppe: “Twee jaar geleden kregen wij deze status al, dus ik verwacht dat we die dit jaar ook weer krijgen. Recent hebben we 6,5 miljoen euro aan subsidies gekregen voor de voorbereidende studies voor dit project.” Het doel is om de infrastructuur in de haven van Rotterdam in 2023 te hebben gerealiseerd, waarna de pijpleidingen tussen Rotterdam, Antwerpen en North Sea Port in 2026 gereed kunnen zijn.

Ondanks dat de EU dus een voorstander lijkt te zijn van CCS, wil het Nederlandse kabinet grenzen stellen aan CO2-opslag onder de grond. In eerste instantie werd in het Regeerakkoord gesproken van zo’n 20 miljoen ton CO2 per jaar, maar hier keken veel mensen nogal van op, vertelt Poppe. Dit cijfer is inmiddels omlaag bijgesteld tot 7 miljoen ton per jaar. Poppe is van mening dat het onverstandig is om op voorhand grenzen te stellen aan hoeveelheid CO2 die men wil opslaan. “We weten niet hoe snel de techniek ontwikkelt. Daardoor weten we ook niet hoeveel opslag we nodig hebben om binnen de 2 gradengrens te blijven. Als we ons alleen richten op de ontwikkeling van een volledig circulaire industrie, dan schieten we over de 2 graden heen. CCS kan de uitstoot van CO2 naar de atmosfeer direct verminderen. Het is dan ook een manier van tijd kopen.”

Tijdelijke oplossing

De afgevangen CO2 zal in de Noordzee in lege gasvelden worden opgeslagen. “We hebben zoveel gas en olie uit de Noordzee gehaald dat er ruimte is voor 1.000 tot 1.500 miljoen ton.” Poppe stelt dat de opslag van CO2 een tijdelijke oplossing is. “Het wordt steeds moeilijker om binnen de 2 gradengrens te blijven, waardoor de uitstoot van CO2 drastisch moet verminderen.” Een van de methoden waaraan gedacht wordt, is BECCS, wat staat voor het afvangen en opslaan van de CO2 vanuit biomassaenergie. Bomen slaan CO2 op. Door deze vervolgens in te zetten voor het opwekken van energie, en deze CO2 daarna op te slaan, komt deze CO2 niet meer terug in de atmosfeer. “Zo wordt er dus netto CO2 uit de lucht gehaald,” aldus Poppe. “Dit zou een oplossing kunnen zijn als we door de 2 gradengrens schieten.”

Elkaars kennis benutten

Het CO2-project is niet het enige samenwerkingsverband van Rotterdam. De haven werkt met Gasunie samen om warmtetransport van de grond te krijgen, waarbij restwarmte vanuit de industrie wordt gebruikt in het Westland en de omgeving van Den Haag. Daarnaast werkt het bedrijf samen met EBN, TNO en een aantal andere partijen om de optie van geothermie te onderzoeken. Poppe benadrukt het belang van samenwerking: “Om klimaatverandering tegen te gaan, zijn samenwerkingsverbanden essentieel. Er zijn nieuwe energiesystemen, nieuwe technieken en een nieuwe infrastructuur nodig. Daarom moeten we elkaars kennis goed benutten.”

Share