Gideon Simmelink, voorzitter ondernemingsraad ExxonMobil: ‘Ik wil een bijdrage leveren aan de verduurzaming industrie’

Een groene industrie is zeker mogelijk. Een nationale CO2-belasting zal niet het gewenste effect hebben, en kan uiteindelijk zelfs contraproductief voor het behalen van de klimaatdoelen zijn. Dit stelt Gideon Simmelink, voorzitter van de ondernemingsraad van ExxonMobil, die zelf in de industrie is gaan werken om een steentje bij te dragen aan deze verduurzaming.

 Wat was jouw motivatie om te gaan werken in de industrie?

“Mijn hoofdreden om de industrie in te gaan, was om de wereld een beetje beter achter te laten. Ik ben altijd al geïnteresseerd in hoe alles in elkaar steekt, als scholier al. Om die reden ben ik chemische technologie gaan studeren. Toen ben ik ook geïnteresseerd geraakt in klimaatproblematiek en besloot ik in de industrie te gaan werken. Ik wilde daar een verbeterslag maken. Nederland heeft van oorsprong een hele grote maakindustrie, waar basisproducten worden gemaakt die dagelijks nodig zijn. Alles wat je gebruikt, of dat nou een smartphone, computer of kleding is, wordt gemaakt. Vroeger was de industrie om de hoek, tegenwoordig is alles netjes weggewerkt. En als mensen nu hun spullen kopen, zien ze niet hoeveel CO2 hiervoor nodig is geweest. Ik zag dit wel en wilde daarom graag meewerken aan een vermindering van deze uitstoot.”

 Hoe is deze missie tot dusver verlopen?

“Na mijn afstuderen in 2012 kreeg ik de kans om direct aan de slag te gaan in de industrie om productieprocessen te verduurzamen. De industrie investeert in de toekomst. Daarom waren binnen de industrie genoeg banen beschikbaar. Ook mijn werkgever nam in 2012 al extra engineers aan, waardoor ik mij kon ontwikkelen en bezig kon houden met verduurzaming. AL direct in de eerste paar jaar heb ik gewerkt aan de verbetering van het proces van chemische basisproducten en benzine, zodat minder CO2 uitgestoten wordt. Op die manier heb ik niet alleen kunnen praten over verduurzaming, maar ook echt een bijdrage kunnen leveren. Daarnaast ben ik in de ondernemingsraad gekomen. Hier heb ik de kans gepakt om naar buiten te treden en het echte verhaal te vertellen dat de industrie altijd nodig zal blijven, ook in een volledig duurzame economie. Vijftigduizend andere werknemers dachten er ook zo over en samen hebben we onze stem laten horen.”

Recent hebben de ondernemingsraden uit de industrie een open brief gepubliceerd. Wat is jullie belangrijkste boodschap?

“Dat we staan voor klimaatbehoud en voor banenbehoud voor nu en in de toekomst. De CO2-taks ondersteunt die punten niet. Met die belasting worden basisproducten die de industrie maakt naar de consument toe duurder. Neem het voorbeeld van een nieuwe fiets. Het metaal, rubber en plastic voor deze fiets worden gemaakt door de industrie. Als er een CO2-taks komt, zal deze fiets duurder worden dan een vergelijkbare fiets uit het buitenland. Zeker nu alles online te koop is, kan dit ertoe leiden dat de consument de fiets uit het buitenland haalt. Dit leidt tot verlies aan omzet voor de Nederlandse industrie, waardoor banen verloren gaan. Daarnaast moeten deze fietsen vervoerd worden naar Nederland en worden ze veelal gemaakt in fabrieken die minder doen voor het klimaat. Beide zorgen voor een hogere CO2-uitstoot. We moeten dus onze industrie behouden en zorgen dat deze duurzamer wordt. Wij zitten in de materie, mensen in politiek niet. Wij zeggen dan ook: praat mét ons en niet óver ons. Daarom zijn wij op 20 maart naar minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes gegaan, om te praten over industriële werkgelegenheid nu en in de toekomst. Tijdens dit bezoek hebben we hem een gesigneerde helm gegeven, met als boodschap denk aan onze banen en onze toekomst. Elke ondernemersraad heeft er een handtekening opgezet. Minister Wiebes vond het een goed initiatief; het geeft weer dat alles wat in theorie bedacht wordt invloed heeft op duizenden mensen die werken in de Industrie. Hij zei dat het belangrijk is dat wij onderdeel moeten worden van het debat en vroeg ons om concrete dingen die wel en niet kunnen. Hier zal het ministerie vervolgens op reageren. Het was dus een constructieve meeting.”

Ondernemingsraden bieden witte helm aan aan minister Wiebes (bron: Ministerie van EZK).

Welke zorgen spelen er?

“Onze grootste zorg is het belasten van de industrie met een CO2-taks. Deze belasting zal onze concurrentiepositie negatief beïnvloeden ten opzichte van andere landen in Europa die dat niet hebben. Uit rapporten van PwC en CE Delft blijkt dat Nederland heel gevoelig is voor een dergelijke regeling, met als risico dat bedrijven niet meer willen investeren in de industrie. De uitwerking zal niet van de een op de andere dag zichtbaar zijn, maar ook een beperkte taks heeft gevolgen voor het langetermijninvesteringsklimaat in Nederland. Dit is ook het geval als de industrie de belasting volledig terugkrijgt. Daarnaast blijkt uit het rapport dat het effect van een CO2-taks op het klimaat heel beperkt is. De belasting is daarom een verkeerd middel om verduurzaming binnen de industrie te bereiken.”

Is een groene industrie wel mogelijk?

“Ja, ik ben van mening dat een volledig groene industrie mogelijk is. Maar dit moet op internationaal niveau gebeuren, waarbij schaalvergroting nodig is. Er zijn heel veel bedrijven voor nodig die investeren en samenwerken, waarbij we ons niet alleen op Nederland richten. Natuurlijk kunnen we onze klimaatdoelen makkelijk halen als we nu alle fabrieken sluiten. Maar wat heb je liever: dat we in 2030 onze totale CO2-uitstoot gehalveerd hebben en de helft van onze fabrieken hebben uitgezet en alles importeren? Of dat we investeren in duurzamere processen en zorgen voor een verminderde CO2-uitstoot per geproduceerde eenheid. We moeten af van het spreadsheetklimaatbeleid. Laten we kijken naar goede oplossingen voor de lange termijn. Ik sta er positief in: het kan mits we niet alleen op Nederland focussen. We willen allemaal het beste voor Nederland, voor het klimaat en voor toekomstige generaties.”

Share