Stok én wortel is beter dan enkel de stok

Het opleggen van een CO2-heffing aan de industrie lijkt een doel op zich te worden in het klimaatdebat. Helaas kunnen voorstanders het nut hiervan niet met feiten onderbouwen, halen ze zaken door elkaar en laten ze belangrijke context weg. De oplossing die aan de klimaattafel is bedacht, met hoge boetes voor bedrijven die niet voldoen aan hun klimaatverplichtingen, is veel verstandiger.

De Nederlandse industrie is energie-intensiever dan die in veel andere landen. De fabrieken die hier staan zijn per saldo schoner dan hun concurrenten elders, maar vanwege de samenstelling van de industrie en de uitstekende vestigingsmogelijkheden in Nederland, hebben we er nou eenmaal meer van dan andere landen.

Wij zullen nooit beweren dat industriebedrijven meteen hun poorten zullen sluiten als ze een CO2-heffing krijgen opgelegd. Daarvoor ontbreekt het bewijs. Toch zijn er wel degelijk zware negatieve effecten. Verschillende industrieën in Nederland zijn zeer gevoelig voor concurrentie met het buitenland, gevoeliger dan bijvoorbeeld industrie op andere plekken in Europa. Denk hierbij aan staal, productie, delen van de chemie en raffinage. Sommige van deze sectoren opereren in een wereldmarkt waarbij de marges aanzienlijk lager zijn dan 50 euro per ton. Ergo: zodra ze een CO2-heffing aan hun broek krijgen die hoger is dan dat bedrag, duiken de bedrijven de verliezen in.

Dat leidt ertoe dat, als Nederland alleen een CO2-heffing invoert, er productie – en dus ook uitstoot – zal verschuiven naar andere landen. Daar is in verschillende rapporten geen discussie over. Ook het veel geciteerde rapport van DNB erkent dat risico heel helder. Toch adviseert de bank dat een CO2-heffing de klimaatdoelen dichterbij zou brengen. Opvallend genoeg heeft DNB daarbij niet gekeken wat nu het CO2-effect is van een dergelijke maatregel in Nederland.

Een andere studie, die vaak over het hoofd wordt gezien, doet dit wel. Op de industrietafel heeft een rapport gelegen van CE Delft, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Dit laat zien dat sprake is van een zeer beperkte reductie in Nederland (0,9Mton) bij een nationale CO2-heffing van 43 euro/ton. Dat verbaast niet, want we weten dat de meeste opties duurder zijn. Maar wellicht belangrijker nog; er lekt voor 2,7Mton aan CO2 weg. Dat is productie die nu in Nederland plaatsvindt die als gevolg van die Nederlandse CO2-heffing elders gaat plaatsvinden. In de regel gaat die productie in het buitenland gepaard met meer CO2-uitstoot. Even voor de helderheid: in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, geen een land in Europa kent een dergelijke CO2-heffing voor de industrie. In de wereld zijn dat slechts twee landen, Singapore en Chili, allebei onder de 5-dollar/ton. En deze landen vallen niet onder een internationaal CO2-heffingsysteem zoals in Europa, het ETS.

We kunnen het CE Delft rapport nog het beste samenvatten als: ‘bezint eer ge begint’. En dat is precies wat nu niet gebeurt. Verschillende politieke partijen stellen CO2-heffingenvoor waarmee sommige bedrijven en zelfs hele sectoren per direct technisch failliet zijn. Overbodig te zeggen dat in dit geval de gewenste vergroening van de industrie niet zal plaatsvinden. Het is een stok, zonder een wortel die bedrijven aanmoedigt te investeren in duurzame technieken.

Wat moet er dan wel gebeuren? Daarover hebben we aan de Industrietafel de afgelopen maanden uitgebreid gesproken. Hieruit rolde de oplossing die uiteindelijk in het Ontwerp voor het Klimaatakkoord terecht is gekomen, de zogenoemde bonus-malus-constructie. Een beproefde maatregel die ondernemingen die willen verduurzamen stimuleert en de achterblijvers een malus – oftewel een CO2-heffing – oplegt. Praktisch uitvoerbaar, een bewezen model. De boete wordt bepaald aan de hand van jouw positie ten opzichte van de rest van het Europese industrieveld. Loop je ver achter, betaal je meer. Loop je minder achter, betaal je minder. Wortel en stok.

Tot op heden hebben alle – onafhankelijke – deskundigen aangegeven dat de systematiek kan werken. Het argument van tegenstanders dat het een bureaucratisch systeem is dat juridische procedures in de hand werkt, is niet gefundeerd. Het systeem wordt al jaren toegepast bij de beoordeling van huidige energiebesparingsplannen door de industrie.

Belangrijker nog, het systeem stelt de industrie in staat om de noodzakelijke verduurzaming vorm te geven. Een CO2-heffing dwingt hooguit tot efficiënter produceren, maar ontneemt bedrijven de fondsen om te investeren in innovatieve, duurzame technieken. Het bonus-malus systeem doet dit wel. De beste oplossing is een stok én een wortel. Dat begrijpt zelfs een paard.

Hans Grünfeld, directeur VEMW

Colette Alma, directeur VNCI

Erik Klooster, directeur VNCI

(alledrie betrokken bij de onderhandelingen voor het klimaatakkoord vanuit de industrie)

Dit opiniestuk verscheen eerder in dagblad Trouw van 16-2-2019

Share